Overslaan naar de hoofd content

Jelle, van angstige kater naar grote knuffelkater

Het gouden mandje van JelleDonderdag 8 februari kregen we Jelle mee naar huis, een angstig hoopje kater. Hij had een aantal jaren rondgezworven in Heerenveen waar een oude vriendin van ons hem te eten gaf op haar terras. Daar hadden we Jelle ook al eens gezien.
In de buurt vond men dat hij overlast bezorgde en daarom werd hij gevangen en naar het asiel gebracht. Toen we dat hoorden, hebben we besloten dat hij wel bij ons mocht komen wonen, desnoods als schuurkat, we hebben ruimte genoeg en een grote tuin. Om te wennen kreeg Jelle een plekje in de serre met een eigen schuilhokje, voer- en waterbakje en een kattenbak. Door de glazen deur naar de huiskamer kon hij ons en de andere katten zien. Dat wennen viel niet mee voor hem. Hij kwam de eerste weken alleen uit zijn hokje als hij zeker wist dat we hem niet konden zien. Maar toch heel langzaam kwam hij tevoorschijn en kreeg belangstelling voor zijn omgeving. Op 18 maart mailde ik: ‘We zaten tv te kijken met één van de andere katten op de leuning van de bank. Opeens geblaas! We keken om en daar stond Jelle pal voor de deur van de serre naar binnen te kijken.
Vanaf toen ging het met heel kleine stapjes beter. We mochten steeds vaker in zijn buurt zijn. En opeens ging er een knop om in z’n koppie en ging het snel. Hij is zeker niet altijd een zwerver geweest en we vermoeden dat hij ooit een heel goed thuis heeft gehad. Alle deugden en ondeugden van een huiskat zijn voor hem gesneden koek. Kopstoten geven (met die grote kop van hem zijn het geen kopjes), op schoot zitten, spinnen, optillen, bedelen, reageren op het klikje van de koelkast, vaste etenstijden. Het is alsof hij er altijd al is geweest.
En toen kwam de grote dag op 5 april:  Jelle: ‘Ik zat ’s morgens gezellig op schoot bij het vrouwtje mijn kopstoten uit te delen. Toen opeens deed ze de serredeur open. Oh, wat moest ik doen! Best wel eng zo’n grote wereld daarbuiten. Maar ik nam de stap over de drempel en stak mijn neus in de lucht. Voorzichtig ging ik op pad, steeds sneller. Daar rende ik de wijde wereld in. De hele dag heb ik mijn nieuwe terrein verkend. De regen viel zo nu en dan met bakken uit de hemel, maar dat deerde me helemaal niet.’
Sinds een paar dagen mag hij ook ‘s avonds en ‘s nachts naar buiten. We hoefden hem niet uit te leggen hij hoe een kattenluikje werkt, dat wist hij al. Jelle is niet agressief naar de andere katten, we hebben geen noemenswaardige onderlinge aanvaringen gehad, dus hem loslaten was geen probleem.
Kortom, Jelle is nu onze Jelle, een vreselijk lieve, grote knuffelkater met een heel bescheiden klein miauwtje. Jelle is thuis!